Uitspraak
RECHTBANK HAARLEM
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
[eiser]
De procedure
De feiten
“(…) Bij het aangaan van de huurovereenkomst zijn partijen een lage huurprijs overeengekomen in ruil waarvoor u voor het gehele onderhoud van het gehuurde zorg zou dragen. Te denken valt daarbij aan het onderhoud van het huis en tuin en het binnen- en buitenschilderwerk. (…)”In de brief is [gedaagde] gesommeerd het achterstallig onderhoud te verrichten, troep uit tuinen en garage op te ruimen en omwonenden het ongestoord recht van overpad te verlenen.
“(…) Client is voornemens om het door u gehuurde duurzaam in eigen gebruik te nemen en een bedrijf op te starten. Mede gelet op de staat van onderhoud dient er tevens een ingrijpende renovatie van het gehuurde plaats te vinden waarbij – gelet op de (structurele) wanverhouding tussen de door cliënt te ontvangen huurpenningen enerzijds en alle kosten verbonden aan een renovatie van het gehuurde c.q. het plegen van noodzakelijk groot onderhoud anderzijds – een beëindiging van de huurovereenkomst onvermijdelijk zal zijn. (…) Ik zeg u middels dit schrijven de huurovereenkomst dan ook op op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW Pro. Voorts heeft u diverse opstallen en percelen grond in gebruik welke niet aan u zijn verhuurd: u maakt dan ook zonder recht of titel gebruik van deze opstallen en percelen.Dit levert tevens een grond op om de huurovereenkomst op te zeggen ex artikel 7:274 lid 1 sub a BW Pro nu u zich niet als goed huurder heeft (en blijft) gedragen. (…)”
De vordering
Het verweer
De beoordeling van het geschil
[eiser], die in een ander deel van Nederland woont, komt vrijwel nooit bij het gehuurde. Als hij al langs komt, kan hij het perceel ongestoord betreden. [eiser] heeft ter zitting ook verklaard dat zich nooit enig incident heeft voorgedaan. De stelling dat sprake is van ernstig verstoorde communicatie is dan ook onvoldoende onderbouwd.
- het eigen gebruik moet dringend zijn;
- er moet vervangende passende woonruimte voor de huurder aanwezig zijn;
- de beëindigingbelangen van de verhuurder moeten zwaarder wegen dan de woonbelangen van de huurder.
Bij de beoordeling hiervan gaat het om de actuele situatie, maar daarbij kunnen toekomstige ontwikkelingen eventueel een rol spelen.