ECLI:NL:RBHAA:2012:BV0701
Rechtbank Haarlem
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris in strafzaak na getuigenverhoor
In een strafzaak tegen verdachte is het getuigenverhoor van een minderjarige getuige aangehouden en overgedragen aan de rechter-commissaris. Verzoeker, de raadsman van verdachte, verzocht de wraking van de rechter-commissaris wegens vermeende vooringenomenheid en andere procedurele bezwaren.
De wrakingskamer behandelde het verzoek en hoorde partijen. Verzoeker stelde dat de rechter-commissaris vooringenomen was door het weigeren van een verzoek om de vader van de getuige buiten de verhoorkamer te houden, het niet volledig opmaken van het proces-verbaal en het beïnvloeden van de getuige en haar vader.
De rechter-commissaris ontkende vooringenomenheid en verklaarde dat de genomen maatregelen ordemaatregelen waren op grond van artikel 187c Sv. De wrakingskamer oordeelde dat geen sprake was van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid en dat de beslissingen van de rechter-commissaris niet onbegrijpelijk waren.
Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen. De procedure in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid of onpartijdigheid.