ECLI:NL:RBHAA:2012:BV3293
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- C.E. Heyning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inkomensvoorziening bij gezamenlijke huishouding
Verzoekster vroeg een inkomensvoorziening in het kader van de Wet investeren in jongeren (WIJ) nadat zij een werkleeraanbod had ontvangen. Verweerder stelde dat verzoekster en haar ex-partner een gezamenlijke huishouding voerden, mede omdat zij samenwoonden en een kind hadden. Dit werd bevestigd door een onaangekondigd huisbezoek waarbij de ex-partner in de woning werd aangetroffen en gebruik maakte van dezelfde slaapkamer.
Verzoekster stelde dat de relatie sinds september 2011 was beëindigd en dat de ex-partner slechts tijdelijk in de woning verbleef vanwege gebrek aan alternatieve woonruimte. Zij bracht deze wijziging echter pas tijdens de bezwaarprocedure naar voren en diende geen nieuwe aanvraag in. Verweerder kon daardoor niet vaststellen of verzoekster recht had op een inkomensvoorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder terecht aannam dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en dat verzoekster geen zelfstandig recht op inkomensvoorziening had. Omdat verzoekster de gewijzigde situatie niet tijdig had gemeld en geen nieuwe aanvraag had ingediend, was er geen aanleiding voor een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het bestaan van een gezamenlijke huishouding.