ECLI:NL:RBHAA:2012:BV8306
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. Ayal
- A.E. Patijn
- B.A.A. Postma
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot gevangenisstraf voor invoer van cocaïne en afwijzing herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling
Op 28 november 2011 werd verdachte aangehouden op Schiphol wegens het opzettelijk invoeren van circa 350 gram cocaïne, een middel dat onder lijst I van de Opiumwet valt. Verdachte bekende het ten laste gelegde feit en er was geen sprake van onherstelbare vormverzuimen die strafvermindering zouden rechtvaardigen. De rechtbank achtte de strafbaarheid van verdachte bewezen en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van zeven maanden, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis.
De verdediging voerde aan dat verdachte te laat in verzekering was gesteld en niet tijdig toegang had tot rechtsbijstand, een beroep op artikel 359a Sv, maar dit werd door de rechtbank verworpen. De rechtbank oordeelde dat verdachte binnen de wettelijke termijn van zes uren in verzekering was gesteld en reeds met zijn advocaat had gesproken.
Daarnaast behandelde de rechtbank een vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van verdachte, die was verleend na een buitenlandse veroordeling. De rechtbank wees deze vordering af omdat de oude regeling van vervroegde invrijheidstelling van toepassing was, waarbij geen voorwaarden konden worden opgelegd zoals in de nieuwe regeling. Hierdoor viel de basis voor de vordering weg.
De rechtbank concludeerde dat het bewezen verklaarde feit strafbaar was en dat verdachte strafbaar was. De opgelegde straf was passend gelet op de ernst van het feit en de eerdere veroordelingen van verdachte voor soortgelijke delicten. De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zeven maanden gevangenisstraf en de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling is afgewezen.