ECLI:NL:RBHAA:2012:BV8887
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van circa 1,20 kilogram cocaïne te Schiphol
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk invoeren van circa 1,20 kilogram cocaïne via Schiphol, een hoeveelheid die bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte het feit heeft begaan en verklaarde dit strafbaar volgens de Opiumwet.
De verdediging voerde aan dat verdachte onder druk van een drugsorganisatie zou hebben gehandeld, maar de rechtbank vond dit niet aannemelijk. Verdachte gaf wisselende verklaringen en ontving een beloning voor het transport, wat wijst op vrijwilligheid. Ook het mogelijke verlies van zijn baan als chauffeur werd niet als voldoende druk erkend.
De raadsman verzocht om een werkstraf vanwege de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die zich met zijn zwangere vriendin en kind in Nederland wilde vestigen. De rechtbank wees dit af gezien de ernst van het feit en de eerdere veroordeling van verdachte voor een soortgelijk delict, waarbij de proeftijd was verstreken.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot tien maanden gevangenisstraf, met aftrek van de tijd in voorarrest. De straf weerspiegelt de ernst van de zaak en de recidive van verdachte, waarbij de invoer van cocaïne wordt gezien als een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en openbare orde.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van circa 1,20 kilogram cocaïne.