ECLI:NL:RBHAA:2012:BV8985
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- C.E. Heyning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens vermeende gezamenlijke huishouding
Verzoekster ontving sinds 2000 een bijstandsuitkering en werd door verweerder beschuldigd van het voeren van een gezamenlijke huishouding met [naam], wat leidde tot intrekking van haar uitkering vanaf 8 december 2011. Verweerder baseerde dit op een anonieme tip, observaties, verklaringen en een energieverbruiksoverzicht.
Verzoekster ontkent de gezamenlijke huishouding en wijst op haar borderline-persoonlijkheidsstoornis als verklaring voor het onvolledig invullen van formulieren en haar gedrag tijdens huisbezoeken. De voorzieningenrechter oordeelt dat het onderzoek onvoldoende feitelijke grondslag biedt, mede door tegenstrijdigheden in rapportages en het ontbreken van bewijs dat [naam] zijn hoofdverblijf in de woning van verzoekster had.
De rechter benadrukt dat verweerder extra zorgvuldigheid had moeten betrachten gezien de kwetsbare situatie van verzoekster en dat het niet aannemelijk is dat verzoekster bewust onvolledig was. Daarom wordt het besluit geschorst en moet de uitkering worden voortgezet tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan verzoekster toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt geschorst en de uitkering wordt voortgezet tot zes weken na de beslissing op bezwaar.