ECLI:NL:RBHAA:2012:BW0067
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van willekeurige afschrijving op bedrijfsmiddel in vennootschapsbelasting
De zaak betreft een geschil tussen [X] B.V. en de Belastingdienst over de toepassing van willekeurige afschrijving op een bedrijfsmiddel, de zogenaamde “hotmelt unit”. Eiseres had in 2003 een bedrag van € 280.695 willekeurig afgeschreven, maar probeerde in 2009 een negatieve afschrijving van € 10.000 te claimen om eerdere afschrijvingen terug te nemen.
De rechtbank stelt vast dat de faciliteit van willekeurige afschrijving bedoeld is om vervroegd of vertraagd af te schrijven binnen de economische levensduur, maar niet om eerder genomen afschrijvingen algebraïsch te corrigeren door negatieve afschrijvingen. Dit standpunt wordt ondersteund door de tekst en wetsgeschiedenis van artikel 3.34 van de Wet IB 2001.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat terugneming van willekeurige afschrijvingen niet is toegestaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de negatieve willekeurige afschrijving wordt niet toegestaan.