ECLI:NL:RBHAA:2012:BW0589
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende bewijs diefstal
Stichting SHDH verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een medewerker huishouding wegens verdenking van diefstal van een horloge en andere vermissingen binnen een zorgcentrum. De werknemer werd geschorst en later vrijgesteld van werkzaamheden, maar er was geen onomstotelijk bewijs van schuld.
De kantonrechter oordeelde dat er geen dringende reden was voor ontbinding omdat de werknemer de belangrijkste beschuldigingen, zoals het tweemaal betreden van een kamer en het tijdstip van vertrek, had weerlegd. Ook het feit dat na de schorsing geen diefstallen meer plaatsvonden, was onvoldoende bewijs.
Daarnaast was het aannemen van een trui door de werknemer, hoewel in strijd met de arbeidsovereenkomst, onvoldoende zwaarwegend voor ontbinding. De kantonrechter concludeerde dat het vertrouwen in de werknemer niet zodanig was geschaad dat ontbinding gerechtvaardigd was.
Het verzoek tot ontbinding werd daarom afgewezen en er werd geen vergoeding toegekend. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verdenking diefstal wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.