ECLI:NL:RBHAA:2012:BW1148
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering bij arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht
Eiser trad op 10 december 2010 in dienst bij gedaagde als oproepchauffeur op basis van een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht, waarbij de omvang van de arbeid niet eenduidig was vastgelegd. Eiser verrichtte werkzaamheden en vorderde betaling van achterstallig loon en declaraties over diverse maanden.
Gedaagde verscheen niet in de procedure, waarop de kantonrechter verstek verleende. De arbeidsovereenkomst werd gekwalificeerd als een nulurencontract, waarbij het aantal te werken uren afhankelijk is van oproepen door de werkgever. Omdat de omvang van de arbeid niet eenduidig was overeengekomen, werd het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW toegepast, dat uitgaat van de gemiddelde omvang van de arbeid over de drie voorafgaande maanden.
Op basis hiervan werd een arbeidsomvang van 37,5 uur per maand vastgesteld, wat neerkomt op een bruto loon van € 356,25 per maand. De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van het achterstallige loon, declaraties, wettelijke verhoging over de loonbedragen en wettelijke rente. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, declaraties, wettelijke verhoging en rente, uitvoerbaar bij voorraad.