ECLI:NL:RBHAA:2012:BW1505
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek na klacht seksuele intimidatie en disfunctioneren werknemer
Werknemer was sinds 2006 in dienst bij Cleopatra B.V. en werkte als helpdeskmedewerker. Vanaf 2008 waren er aanmerkingen op zijn functioneren, deels erkend, maar zonder expliciete ontslagdreiging. In 2011 trad een tijdelijke leidinggevende op die zich seksueel intimiderend en vernederend gedroeg jegens werknemer. De werknemer klaagde hierover officieel in januari 2012, nadat eerdere mondelinge klachten niet werden opgevolgd.
Cleopatra reageerde niet adequaat op de klacht en stelde pas na aandringen van de bedrijfsarts een vertrouwenspersoon aan. Na gesprekken werden afspraken gemaakt om het werkklimaat te verbeteren. Kort daarna liet Cleopatra weten te streven naar beëindiging van het dienstverband wegens onvoldoende functioneren, wat werknemer betwistte en toeschreef aan zijn klacht over intimidatie.
De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende gewichtige redenen voor ontbinding waren gegeven en dat het ontslagverzoek mede was ingegeven door de klacht over seksuele intimidatie, wat niet acceptabel is. Cleopatra had werknemer eerder moeten toelaten tot zijn werk en het probleem adequaat moeten aanpakken. Het verzoek tot ontbinding werd afgewezen, met een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren wordt afgewezen omdat ontslag niet mag volgen op klacht over seksuele intimidatie.