ECLI:NL:RBHAA:2012:BW3737
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortvarendheid en heffingsrente bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1997
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 1997, waarbij ook de hoogte van de heffingsrente ter discussie stond.
De navorderingsaanslag werd opgelegd op 31 december 2009, de dag na ontvangst van een Verklaring vrijwillige verbetering over buitenlands vermogen. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld en dat de heffingsrente onjuist was berekend.
De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslag tijdig was opgelegd binnen de twaalfjaarstermijn van artikel 16, vierde lid, AWR, en dat verweerder niet eerder in de gelegenheid was gesteld om de aanslag op te leggen. Ook werd geoordeeld dat de heffingsrente correct was berekend over een kortere periode dan eiser had aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag en heffingsrente wordt ongegrond verklaard.