ECLI:NL:RBHAA:2012:BW7092
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.F.W. Brouwer
- K.G. Witteman
- S. Euwema
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsvraag bij vordering tot achterwege laten voorwaardelijke invrijheidsstelling in WOTS-zaak
De officier van justitie diende een vordering in op grond van artikel 15d Sr om de voorwaardelijke invrijheidsstelling van veroordeelde achterwege te laten wegens ernstig wangedrag tijdens detentie en het niet naleven van voorwaarden.
De zaak betreft de tenuitvoerlegging van een buitenlandse strafvonnis (WOTS) waarbij veroordeelde sinds 27 juli 2010 in Nederland gevangen zit, met een geplande voorwaardelijke invrijheidsstelling op 9 april 2012.
Tijdens de zitting op 28 maart 2012 betoogde de raadsman dat de rechtbank Haarlem niet bevoegd was omdat de straf ten uitvoer wordt gelegd in het arrondissement Alkmaar.
De rechtbank overwoog dat op basis van artikel 15d, vijfde lid, Sr en de WOTS de relatieve bevoegdheid afhangt van het arrondissement waar de tenuitvoerlegging is gelast. Aangezien veroordeelde in de PI Heerhugowaard Alkmaar gedetineerd is, is de rechtbank Alkmaar bevoegd.
Daarom verklaarde de rechtbank Haarlem zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank Haarlem verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering tot achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidsstelling.