ECLI:NL:RBHAA:2012:BW7380
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot wedertewerkstelling wegens ontbreken wil bij ontslagname
Eiser was sinds 2000 in dienst bij Oranjedak en werd op 1 december 2011 tijdens een functioneringsgesprek geconfronteerd met een slechte beoordeling en sprak toen zijn ontslag uit. Hij ondertekende meerdere documenten waarin het ontslag werd bevestigd, maar stelde later dat hij niet op de hoogte was van de gevolgen hiervan, zoals het verlies van recht op een WW-uitkering.
Eiser vorderde in kort geding wedertewerkstelling en betaling van loon, stellende dat hij door de werkgever niet was gewezen op de gevolgen van zijn ontslag en dat hij overrompeld was. De werkgever betwistte dit en stelde dat eiser ondubbelzinnig had aangegeven te willen ontslag nemen en dat zij gerechtvaardigd op zijn wil mocht vertrouwen.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever niet zonder meer op de wil van eiser mocht vertrouwen, gezien het onverwachte karakter van het gesprek, de slechte beoordeling en het ontbreken van een redelijke bedenktijd. De werkgever had een onderzoek- en informatieplicht om eiser te wijzen op de gevolgen van ontslag en hem een redelijke termijn voor beraad te gunnen.
De vordering tot wedertewerkstelling en betaling van achterstallig en toekomstig loon werd toegewezen, terwijl de vorderingen tot wettelijke verhoging, rente en buitengerechtelijke kosten werden afgewezen. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot wedertewerkstelling en betaling van loon wordt toegewezen omdat de werkgever onvoldoende heeft gewezen op de gevolgen van het ontslag.