ECLI:NL:RBHAA:2012:BW8572
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling en bevel tot invrijheidstelling
De rechtbank Haarlem behandelde een vordering van de officier van justitie tot voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 149 dagen opgelegd aan de veroordeelde. De vordering was gebaseerd op het vermoeden dat de veroordeelde zich niet aan de bijzondere voorwaarden had gehouden, doordat hij cocaïne had gebruikt tijdens een klinische opname bij De Wending, waarna hij was ontslagen en aangehouden.
Tijdens de zitting op 22 mei 2012 werd vastgesteld dat de veroordeelde het gebruik erkende en wist dat dit verboden was. De officier van justitie wilde de voorlopige tenuitvoerlegging om te voorkomen dat de veroordeelde onbegeleid op straat zou komen, terwijl de mogelijkheden voor verdere behandeling werden onderzocht. De verdediging stelde dat een misstap in een afkickkliniek verwacht kon worden en dat de vordering oneigenlijk werd gebruikt als maatregel ter bescherming van de maatschappij.
De rechter-commissaris oordeelde dat hoewel er ernstige redenen zijn voor het vermoeden van overtreding, de overtreding niet zo substantieel is dat voorlopige tenuitvoerlegging gerechtvaardigd is. Ook is de procedure niet bedoeld als tijdelijke voorziening om wachttijden te overbruggen. De vordering werd afgewezen en de onmiddellijke invrijheidstelling van de veroordeelde bevolen, waarbij de voorwaarden van het vonnis onverkort blijven gelden.
Uitkomst: De vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging wordt afgewezen en de veroordeelde wordt onmiddellijk in vrijheid gesteld.