ECLI:NL:RBHAA:2012:BW8584
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter en geen arbeidsovereenkomst tussen schoonmaakondernemer en Interserve
De zaak betreft een geschil tussen een schoonmaakondernemer en Interserve Facilities Management Ltd over de vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst en welke rechter bevoegd is. De eiseres, die als eenmanszaak schoonmaakwerkzaamheden verrichtte voor de Britse ambassade en later voor Interserve, stelde dat zij in dienst was getreden bij Interserve via overgang van onderneming. Interserve betwistte dit en stelde dat sprake was van een overeenkomst van onderaanneming onder Engels recht met een forumkeuzebeding.
De kantonrechter oordeelde dat geen arbeidsovereenkomst bestond, mede gelet op de feitelijke uitvoering van de overeenkomst, het factureren door de eenmanszaak inclusief btw, en het ontbreken van instructies door Interserve. Daarnaast werd vastgesteld dat het forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden niet rechtsgeldig was overeengekomen, omdat niet aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 23 EEX Pro-verordening was voldaan en geen duidelijke wilsovereenstemming bestond.
De kantonrechter verklaarde zich bevoegd op grond van de EEX-verordening, aangezien Interserve in een lidstaat gevestigd is en de werkzaamheden in Nederland werden verricht. Ook werd Nederlands recht van toepassing verklaard op de overeenkomst, omdat de kenmerkende prestatie in Nederland werd verricht. De vordering in het incident werd afgewezen en de proceskosten werden aan Interserve opgelegd. De hoofdzaak werd aangehouden voor nadere uitlatingen.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd, wijst de vordering in het incident af en legt de proceskosten aan Interserve op.