ECLI:NL:RBHAA:2012:BW9377
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van begeleiding maatschappelijke participatie onder WMO versus AWBZ
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de vraag of de begeleiding die een minderjarige met beperkingen nodig heeft voor maatschappelijke participatie onder de AWBZ of de WMO valt. De rechtbank stelt vast dat sinds 1 januari 2009 begeleiding gericht op maatschappelijke participatie niet langer tot het domein van de AWBZ behoort, maar onder de WMO valt. De medisch adviseur had vastgesteld dat zes uur begeleiding per week tijdens vervoer nodig is, maar verweerder stelde dat begeleiding op de plaats van bestemming nog onder de AWBZ valt.
De rechtbank volgt dit standpunt niet en oordeelt dat het onderscheid tussen begeleiding tijdens vervoer en op locatie niet deugt. De begeleiding op de locatie van sociale activiteiten is ook gericht op maatschappelijke participatie en behoort daarom tot de WMO. Verweerder heeft het motiveringsgebrek uit de tussenuitspraak niet volledig hersteld.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken opnieuw te beslissen, waarbij het aantal benodigde uren begeleiding voor alle sociale activiteiten buitenshuis moet worden beoordeeld. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen over het bezwaar.