ECLI:NL:RBHAA:2012:BX0133
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake AWBZ-zorg voor zoon verzoekers
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend om hun zoon in aanmerking te brengen voor zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen, waarna ook het bezwaar ongegrond werd verklaard. Verzoekers stelden vervolgens beroep in en verzochten om een voorlopige voorziening.
De kern van het geschil is of het vroegbehandelingsprogramma in een revalidatiecentrum voldoende adequaat is voor de zorgbehoefte van hun zoon. Verzoekers betogen dat dit programma niet adequaat is en wensen een indicatie voor opvang in een kinderdagcentrum.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de rapportage van de medisch adviseur, die zorgvuldig is opgesteld en gebaseerd op medische stukken en overleg met behandelaars, voldoende onderbouwing biedt voor het standpunt van verweerder. De verklaringen van de revalidatiearts van verzoekers bieden onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat het vroegbehandelingsprogramma niet passend is.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoekers krijgen de mogelijkheid om in de beroepsprocedure nadere medische stukken en standpunten in te brengen om hun vordering verder te onderbouwen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het vroegbehandelingsprogramma passende zorg biedt.