ECLI:NL:RBHAA:2012:BX0135
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken hoofdverblijf in gemeente Zaanstad
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder om zijn bijstandsuitkering per 17 februari 2012 te beëindigen, omdat hij niet zijn hoofdverblijf zou hebben gehad in de gemeente Zaanstad. Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening, maar heeft dit verzoek later ingetrokken. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De beoordeling richtte zich op de vraag of het bezwaar van verzoeker een redelijke kans van slagen had. Verweerder baseerde zich op een onderzoeksrapport waarin werd vastgesteld dat verzoeker niet zijn hoofdverblijf in Zaanstad had. Tijdens een huisbezoek werd een vrouw aangetroffen die verklaarde dat zij met haar gezin ongeveer twee weken in de woning woonde. Verzoeker heeft nagelaten een schriftelijke verklaring te overleggen om dit te betwisten.
Verder bleek uit het huisbezoek dat de situatie in de woning niet overeenkwam met de door verzoeker gemaakte schets en dat verzoeker geen recente administratie kon tonen. Ook waren er onduidelijkheden over medicatie en verrichtte verzoeker frequent pintransacties buiten de gemeente. Gezien deze feiten achtte de voorzieningenrechter het bezwaar niet kansrijk en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Verzoeker heeft inmiddels een nieuwe aanvraag ingediend die met voortvarendheid zal worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf in de gemeente Zaanstad had.