ECLI:NL:RBHAA:2012:BX1369
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Guinau
- W.J. van Brussel
- L. Beijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijke termijn bij gefaseerde subsidieverlaging en ontvankelijkheid beroep programmabegroting
Eiseres, een subsidieontvanger, maakte bezwaar tegen het voornemen van het college om de subsidie gefaseerd te verlagen vanaf 2013, en stelde beroep in tegen het besluit van 28 november 2011 dat dit voornemen handhaafde. Tevens werd beroep ingesteld tegen de brief van 1 december 2011 waarin de gemeenteraad de programmabegroting 2012-2015 vaststelde, waarin de subsidieverlaging werd aangekondigd.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit een voornemen tot verlaging van de subsidie betreft dat geen definitief karakter heeft en dat het college een redelijke termijn in acht heeft genomen. Eiseres had onvoldoende onderbouwd waarom de termijn onvoldoende was voor het afhandelen van verplichtingen, zoals het afvloeien van personeel. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Ten aanzien van het beroep tegen de brief en de programmabegroting oordeelde de rechtbank dat deze niet als besluit in de zin van de Awb kunnen worden aangemerkt, omdat de brief slechts informatief is en de programmabegroting geen individuele subsidieverlening bevat. Hierdoor werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 4:51 Awb Pro omtrent de redelijke termijn bij subsidieverlening en verduidelijkt de ontvankelijkheid van beroepen tegen begrotingsbesluiten.
Uitkomst: Beroep tegen subsidieverlaging ongegrond; beroep tegen programmabegroting niet-ontvankelijk.