ECLI:NL:RBHAA:2012:BX3825
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vernietiging van erkenning wegens ontbreken dwaling of bedrog
De erkenner verzocht de rechtbank om de erkenning van het kind te vernietigen op grond van artikel 1:205 lid 1 sub b BW Pro, stellende dat hij door dwaling tot erkenning was bewogen omdat hij niet de biologische vader is en de relatie met de moeder definitief was beëindigd.
De moeder voerde verweer dat het verzoek te laat was ingediend en dat geen grond voor dwaling bestond. De bijzondere curator adviseerde afwijzing van het verzoek, mede omdat het belang van het kind bij het in stand houden van de erkenning zwaarder weegt.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een onjuiste voorstelling van zaken omtrent het biologische vaderschap bij de erkenner. Het niet uitgekomen toekomstverwachting van een bestendige relatie met de moeder en het kind kan niet worden aangemerkt als dwaling of bedrog. De erkenner blijft daarom aan zijn erkenning gebonden.
Het belang van het kind bij juridische continuïteit, mede gezien de afwezigheid van de biologische vader, weegt mee in het oordeel. De erkenner kan binnen drie jaar na meerderjarigheid van het kind alsnog een verzoek tot vernietiging indienen.
De rechtbank wees het verzoek tot vernietiging van de erkenning af en sprak dit uit op 10 april 2012.
Uitkomst: Het verzoek tot vernietiging van de erkenning wordt afgewezen omdat geen sprake is van dwaling of bedrog.