ECLI:NL:RBHAA:2012:BX4058
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige beslissing beslag op omgekatte Porsche met geschil over eigendom
Op 29 mei 2011 werd een Porsche 911, die was omgekat en gestolen, in beslag genomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. De auto was door de laatste houder gekocht na een internetadvertentie, maar bleek valselijk voorzien van een ander voertuigidentificatienummer en kenteken. De oorspronkelijke eigenaar had aangifte gedaan van diefstal, waarna de verzekeringsmaatschappij de schade vergoedde en in de rechten van de eigenaar was getreden.
De laatste houder diende een klaagschrift in tot opheffing van het beslag en teruggave van de auto. De rechtbank behandelde dit samen met een klaagschrift van de verzekeringsmaatschappij, die zich op haar rechten als rechthebbende beriep. De rechtbank stelde vast dat het beslag rechtmatig was gelegd en nog steeds bestond.
De kernvraag was wie als rechthebbende op de Porsche kon worden aangemerkt. De rechtbank overwoog dat de civielrechtelijke eigendoms- en bezitskwesties in deze strafrechtelijke beslagprocedure slechts voorlopig worden beoordeeld. Op grond van artikel 3:86 BW Pro en jurisprudentie van de Hoge Raad werd geconcludeerd dat de verzekeringsmaatschappij in principe het recht heeft de auto op te eisen, tenzij de laatste houder te goeder trouw was en aan specifieke voorwaarden voldeed. Dit was voorshands onvoldoende aangetoond.
De officier van justitie gaf aan dat het belang van strafvordering zich niet langer verzet tegen opheffing van het beslag en teruggave aan de verzekeringsmaatschappij. De rechtbank verklaarde het klaagschrift van de laatste houder ongegrond en handhaafde het beslag ten gunste van de verzekeringsmaatschappij.
Uitkomst: Het klaagschrift tot opheffing van het beslag op de Porsche 911 wordt ongegrond verklaard en het beslag wordt gehandhaafd ten gunste van de verzekeringsmaatschappij.