ECLI:NL:RBHAA:2012:BX6322
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Franchisenemer verliest vordering tot beëindiging gebruiksvergoeding goodwill
Lolly Al en Jamin sloten in 2002 een franchise- en overdrachtsovereenkomst met betrekking tot een Jamin-vestiging. Lolly Al betaalde een franchisefee en een gebruiksvergoeding voor goodwill. In 2009 werd een convenant gesloten tussen Jamin en franchisenemers over beëindiging van de gebruiksvergoeding.
Lolly Al vorderde primair dat zij geen gebruiksvergoeding meer verschuldigd zou zijn, subsidiair dat artikel 5 van Pro de overdrachtsovereenkomst vernietigd of buiten werking gesteld zou worden wegens dwaling, onvoorziene omstandigheden en redelijkheid en billijkheid. Daarnaast stelde zij dat het convenant de gebruiksvergoeding had doen vervallen en dat Jamin tekort was geschoten in de nakoming.
De rechtbank oordeelde dat de franchise- en overdrachtsovereenkomst afzonderlijke overeenkomsten zijn met verschillende tegenprestaties, waardoor geen sprake is van dubbele betaling. De gebruiksvergoeding is een vaste vergoeding, niet afhankelijk van winst of goodwillontwikkeling, en dwaling was onvoldoende onderbouwd. Het convenant verplichtte niet tot vervallen van de gebruiksvergoeding zonder afkoop. Jamin had geen tekortkoming begaan in het verschaffen van inzicht in berekeningen.
De vorderingen van Lolly Al werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten van Jamin.
Uitkomst: Alle vorderingen van franchisenemer Lolly Al worden afgewezen en zij blijft de gebruiksvergoeding aan Jamin verschuldigd.