ECLI:NL:RBHAA:2012:BX6685
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens gezamenlijke huishouding bij Wwb-uitkering
Verzoekster ontving een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb), welke door verweerder is beëindigd en ingetrokken vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding met haar broer. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het primaire besluit van verweerder op goede gronden is genomen. Uit een huisbezoek op 21 maart 2012 bleek dat de broer van verzoekster zijn hoofdverblijf bij haar had, met onder meer aanwezigheid van persoonlijke spullen en post. Schriftelijke verklaringen van de broer bevestigen dat hij dagelijks bij verzoekster verbleef en daar sliep.
Daarnaast is vastgesteld dat er sprake was van wederzijdse zorg binnen het huishouden, waarbij verzoekster de meeste zorgtaken op zich nam en de broer incidenteel bijdroeg door op te passen en boodschappen te doen. Verweerder heeft daarom terecht geconcludeerd dat sprake is van een gezamenlijke huishouding.
Op grond hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat sprake is van een gezamenlijke huishouding.