ECLI:NL:RBHAA:2012:BX6687
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- C.E. Heyning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij uitstel Wwb-aanvraag wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een aanvraag om bijstand ingediend, maar kreeg te horen dat zij pas na een wachttijd van vier weken haar aanvraag kon indienen, eerst op 12 juni 2012 en later op 16 augustus 2012. Zij maakte bezwaar tegen deze besluiten en verzocht om een voorlopige voorziening, stellende dat artikel 41 Wwb Pro buiten toepassing moet blijven vanwege strijd met internationaalrechtelijke bepalingen zoals artikel 8 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de juridische vraag over de toepassing van artikel 41 Wwb Pro te complex is voor een voorlopige voorziening en in de bodemprocedure moet worden behandeld. Daarnaast ontbreekt het spoedeisend belang omdat verzoekster gedurende de wachttijd geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om eerder een aanvraag in te dienen, zij inmiddels onderdak heeft gevonden en haar moeder voorziet in de eerste behoeften van de baby.
Ook is verweerder bereid de aanvraagprocedure te bespoedigen en een voorschot te verstrekken. Daarom ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen en wijst het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.