ECLI:NL:RBHAA:2012:BX7233
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde PGB-voorschotten na overlijden verzekerden
Zorg en Zekerheid vordert terugbetaling van voorschotten Persoons Gebonden Budget (PGB) die na het overlijden van beide verzekerden op hun bankrekeningen zijn gestort. Het PGB eindigt volgens de AWBZ op de dag na het overlijden, waardoor betalingen in 2008 onverschuldigd zijn.
De rechtbank oordeelt dat de vordering slechts toekomt voor het deel van de voorschotten die na het overlijden zijn betaald en dat de vordering voor het deel vóór overlijden niet-ontvankelijk is omdat de nalatenschappen beneficiair zijn aanvaard en de vereffening nog niet is afgerond. De erfgenaam [A] wordt veroordeeld tot terugbetaling van haar aandeel van één vijfde in het onverschuldigd betaalde bedrag.
De rechtbank wijst de vorderingen in reconventie af en compenseert de proceskosten zo dat ieder zijn eigen kosten draagt. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding, omdat de exacte datum van verzuim niet is gesteld.
Uitkomst: Erfgenaam wordt veroordeeld tot terugbetaling van haar aandeel in onverschuldigde PGB-voorschotten na overlijden, vordering voor voorschotten vóór overlijden is niet-ontvankelijk.