ECLI:NL:RBHAA:2012:BX7239
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Vordering tot onderhoudsbijdrage meerderjarige dochter na schriftelijke vermindering en stopzetting
De meerderjarige dochter vordert met terugwerkende kracht een onderhoudsbijdrage van haar vader over de periode maart 2009 tot maart 2012. Vader en dochter hadden na haar achttiende verjaardag schriftelijk overeenkomsten gesloten waarin de bijdrage eerst werd verminderd en later geheel stopgezet. De dochter betwist de geldigheid van deze overeenkomsten en beroept zich op dwaling en misbruik van omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat hoewel definitieve afstand van het volgens de wet verschuldigde levensonderhoud nietig is, partijen wel rechtsgeldige afspraken kunnen maken over de hoogte van de bijdrage. De door vader en dochter gesloten overeenkomsten zijn voorlopig rechtsgeldig. Er is onvoldoende bewijs voor dwaling of misbruik van omstandigheden. Ook het ontbreken van overleg met de moeder leidt niet tot nietigheid van de afspraken.
Verder is onvoldoende onderbouwd dat de dochter in de betreffende periode daadwerkelijk behoefte had aan een bijdrage. De vordering tot schorsing van de executie van de beschikking van 29 augustus 2006 wordt toegewezen, en de vordering tot betaling van een voorschot op studiekosten wordt afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot terugwerkende onderhoudsbijdrage wordt afgewezen en de executie van de beschikking wordt geschorst.