ECLI:NL:RBHAA:2012:BX8922

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
18 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
195256
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287b FwArt. 305 Fw
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot moratorium wegens langdurige wanbetaling huur

Verzoekster heeft bij de rechtbank Haarlem een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium op grond van artikel 287b Faillissementswet, met als doel rust te creëren voor een minnelijke schuldregeling. Zij is sinds ruim anderhalf jaar in gebreke gebleven met het betalen van huur aan woningstichting Rochdale, ondanks een inkomen van circa €1.600 per maand. Rochdale heeft meerdere pogingen gedaan om tot een regeling te komen, maar verzoekster heeft geen betalingen verricht.

Verzoekster gaf aan dat zij haar financiële administratie aan haar partner had overgedragen vanwege ernstige ziekte en dat sinds augustus 2012 de gemeente Zaanstad als budgetbeheerder verantwoordelijk is voor haar vaste lasten. Rochdale stelde dat de huurachterstand inmiddels was opgelopen tot ruim €10.000 en dat eerdere regelingen en overleg met instanties geen resultaat hadden opgeleverd.

De rechtbank oordeelt dat het moratorium niet gerechtvaardigd is omdat verzoekster zelf verantwoordelijk blijft voor haar betalingsverplichtingen en er geen sprake is van beschermingsbewind. Het belang van Rochdale bij ontbinding van de huurovereenkomst weegt zwaarder dan het belang van verzoekster. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Verzoekster handhaaft het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, dat later zal worden behandeld.

Uitkomst: Het verzoek tot het instellen van een moratorium wordt afgewezen wegens langdurige wanbetaling en het zwaarder wegen van het belang van de verhuurder.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel recht
zaaknummer: 195256
Vonnis van 18 september 2012
In de zaak van
[verzoekster],
wonende te [adres],
verzoekster.
Op 21 augustus 2012 is door verzoekster tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet (Fw).
1. Het verzoek
De gevraagde voorziening richt zich op stichting Woningstichting Rochdale (hierna Rochdale) en strekt tot het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw Pro.
Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 10 september 2012. Ter terechtzitting zijn verzoekster, vergezeld door J.J. Bajema, verschenen. Namens Rochdale is mevrouw [X] verschenen.
Verzoekster heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat zij poogt een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers overeen te komen dan wel – als dat niet lukt – toelating tot de schuldsaneringsregeling zal verzoeken. De gevraagde voorziening is volgens verzoekster noodzakelijk om rust te creëren, zodat de minnelijke schuldregeling kans van slagen heeft.
2. Het standpunt van de partijen
Rochdale heeft zich tegen het verzoek verzet en daartoe het navolgende aangevoerd. Rochdale heeft sinds januari 2011 geen enkele huurbetaling ontvangen. Hierdoor is de schuld inmiddels opgelopen tot ruim € 10.000,-. Voorts is aangevoerd dat nadat de eerdere wettelijke schuldsaneringsregeling in 2008 was beëindigd door Rochdale vergeefs veel inspanningen zijn verricht in het kader van onder meer het zogeheten Tweede Kans Beleid. Ook het overleg met instanties als de GGD en de gemeente heeft niet geleid tot een minnelijke oplossing omdat afspraken niet werden nagekomen; nooit werd huur betaald. Uiteindelijk is daarom de dagvaardingsprocedure gestart om de ontstane huurachterstand niet nog meer op te laten lopen en alsnog huurpenningen te innen. Ondanks het feit dat in de voorlopige voorziening als voorwaarde was opgenomen de verplichting om de huursom van september 2012 te betalen, is ook de huur van die maand niet voldaan. Gelet op bovenstaande zal door Rochdale elke minnelijke regeling worden afgewezen, zodat ook een moratorium geen soelaas zal bieden en de kans eerder bestaat dat de huurschuld verder toeneemt.
Verzoekster heeft ter terechtzitting niet betwist dat er gedurende ruim anderhalf jaar geen huurbetalingen zijn gedaan. Verzoekster heeft aangevoerd dat zij er geen weet van heeft gehad dat er geen betalingen werden gedaan aan Rochdale; zij had haar administratie uit handen gegeven aan haar toenmalige partner, nadat bekend was geworden dat zij ernstig ziek is. Voorts heeft verzoekster verklaard dat zij nooit een brief heeft ontvangen van Rochdale.
Mevrouw Bajema heeft ten aanzien van het onbetaald laten van de huurpenningen van de maand september 2012 ter zitting aangevoerd dat dit niet aan verzoekster te wijten is, aangezien haar budgetbeheerder - gemeente Zaanstad - sinds augustus 2012 verantwoordelijk is voor het betalen van de vaste lasten voor verzoekster.
3. Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat onder de door Rochdale geschetste en door verzoekster niet weersproken omstandigheden het gevraagde moratorium niet is gerechtvaardigd. De rechtbank stelt daarbij voorop dat verzoekster reeds gedurende ruim anderhalf jaar haar verplichting tot het betalen van de huurpenningen aan Rochdale niet is nagekomen, ondanks het feit dat zij wel beschikte over een inkomen van laatstelijk ruim EUR 1.600,- per maand. Rochdale heeft in die periode diverse pogingen gedaan om een minnelijke regeling te treffen; verzoekster heeft echter desondanks nooit iets aan haar betaald. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat verzoekster evenmin heeft voldaan aan de voorwaarde zoals gesteld in de op 23 augustus 2012 door deze rechtbank afgegeven beschikking om de toekomstig verschuldigde periodieke vergoeding aan de verhuurder te voldoen. Onder genoemde omstandigheden kan van Rochdale niet langer worden gevergd dat zij de huurovereenkomst nog langer gestand doet en dient het belang van Rochdale bij instandhouding van de ontbinding van de huurovereenkomst zwaarder te wegen dan het belang van verzoekster.
De omstandigheid dat verzoekster haar financiële administratie uit handen heeft gegeven rechtvaardigt haar wanbetaling naar het oordeel van de rechtbank net zo min als het feit dat verzoekster sinds augustus 2012 in budgetbeheer zit, nu zij zelf de verantwoordelijkheid blijft dragen voor het nakomen van haar betalingsverplichtingen aan de verhuurder; er is immers geen sprake van beschermingsbewind.
Het verzoek zal gezien het vorenstaande worden afgewezen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de kans op een minnelijke schuldregeling nihil is, gelet op de opstelling van Rochdale.
Verzoekster heeft ter terechtzitting verklaard bij afwijzing van het onderhavige verzoek het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling te handhaven. Te zijner tijd, na het doorlopen van het minnelijk traject, zal dat verzoek, indien nog nodig, op zitting worden behandeld.
4. Beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2012.