ECLI:NL:RBHAA:2012:BX9110
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt belastingheffing over voordelen uit aandelenregelingen bij vertrek werknemer
De zaak betreft een geschil over de loonheffing op vertrekvergoedingen van een voormalige werknemer die deelnam aan aandelenregelingen (A-plan en B-plan). De Belastingdienst had een naheffingsaanslag opgelegd waarbij voordelen uit deze regelingen in 2009 werden meegenomen.
De eiseres stelde dat de voordelen uit de aandelenregelingen moesten worden aangemerkt als aandelenoptierechten of daarmee gelijk te stellen rechten, waardoor deze volgens artikel 32bb, zevende lid, Wet LB buiten de vertrekvergoeding zouden moeten blijven. De rechtbank oordeelde echter dat de rechten uit de A- en B-plannen geen optierechten zijn, maar voorwaardelijke rechten op levering van aandelen die automatisch worden omgezet na het vervullen van voorwaarden.
Op basis van de wetsgeschiedenis en de specifieke bepalingen van artikel 32bb Wet LB concludeerde de rechtbank dat de voordelen uit deze regelingen terecht zijn meegenomen bij de berekening van de vertrekvergoeding. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de voordelen uit de aandelenregelingen bij de berekening van de vertrekvergoeding moeten worden meegenomen.