ECLI:NL:RBHAA:2012:BY0892
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing WWB-uitkering wegens gezamenlijke huishouding
Verzoekster, gescheiden en met drie kinderen, vroeg een WWB-uitkering aan nadat zij vanwege de problematische woonsituatie met haar ex-partner een urgentieverklaring had gekregen om andere woonruimte te betrekken. Verweerder wees de aanvraag af op grond van een onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding, omdat verzoekster nog in de voormalige echtelijke woning verbleef waar ook spullen van haar ex-echtgenoot aanwezig waren en hij de vaste lasten betaalde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder de urgentie van de situatie erkende en dat het besluit tot afwijzing van de uitkering daarom niet stand kon houden. Verzoekster had geen inkomen en beschikte sinds 12 juli 2012 over een nieuwe huurwoning, die zij pas op 20 augustus betrok. Verweerder had de aanvraag pas eind juli in behandeling genomen na een zoektermijn van twee weken, waardoor verzoekster feitelijk werd belemmerd om de nieuwe woning te betrekken.
De voorzieningenrechter beval daarom schorsing van het primaire besluit vanaf 30 augustus 2012 en gelastte verweerder om verzoekster een WWB-uitkering toe te kennen vanaf die datum. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is in het openbaar gedaan en bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het primaire besluit tot afwijzing van de WWB-uitkering wordt geschorst en verzoekster krijgt vanaf 30 augustus 2012 een bijstandsuitkering toegekend.