ECLI:NL:RBHAA:2012:BY1461
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.C. Terwiel - Kuneman
- Rechtspraak.nl
Toekenning voorlopige voorziening Wwb-uitkering aan alleenstaande ondanks gezamenlijke huishouding
Verzoeker had een Wwb-uitkering aangevraagd die door verweerder werd afgewezen vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding met een ander persoon. Verzoeker was na zijn faillissement dakloos geworden en verbleef geleidelijk vaker in een woning waar hij vroeger een kamer huurde. Hoewel hij samenwoonde met de heer [naam], was de mate van wederzijdse zorg gering.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker en de heer [naam] weliswaar hetzelfde hoofdverblijf deelden, maar dat de zorg en bijdrage aan de huishouding minimaal was. Verzoeker kookte en at mee, terwijl de ander de boodschappen betaalde. Er was geen schriftelijke huurovereenkomst en de zorg voor elkaar was beperkt.
Op grond van artikel 3, derde lid, Wwb werd beoordeeld of sprake was van een gezamenlijke huishouding die het recht op een alleenstaande-uitkering zou uitsluiten. De voorzieningenrechter concludeerde dat de geringe mate van zorg dit niet verhinderde en besloot het primaire besluit te schorsen en een voorlopige voorziening toe te kennen.
Verweerder werd opgedragen om vanaf 7 augustus 2012 een Wwb-uitkering toe te kennen ter hoogte van 90% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan verzoeker toegewezen. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het primaire besluit geschorst, met toekenning van een Wwb-uitkering aan verzoeker als alleenstaande.