ECLI:NL:RBHAA:2012:BY2145
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-aftrekbaarheid van verliezen uit schijnoptieconstructies bij vennootschapsbelasting
De rechtbank Haarlem behandelde een geschil tussen een besloten vennootschap en de Belastingdienst over de aftrekbaarheid van verliezen uit optiecontracten in 2006. De Belastingdienst had de aanslag vennootschapsbelasting 2006 opgelegd met een belastbaar bedrag van €128.257, waarbij verliezen uit optiecontracten niet in aftrek waren gebracht. De vennootschap stelde dat deze verliezen wel aftrekbaar waren en dat de aanslag te laat was opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om uitstel voor het indienen van de aangifte door de belastingconsulent van de vennootschap was verleend, waardoor de aanslagtermijn was verlengd en de aanslag tijdig was opgelegd. Vervolgens stelde de rechtbank vast dat de optiecontracten en de daarmee samenhangende transacties onderdeel waren van een schijnconstructie, waarbij de partijen wisten dat de overeenkomsten feitelijk niet golden en alleen dienden om een fiscaal verlies te creëren.
Op grond van de omstandigheden, waaronder de onwaarschijnlijkheid van de zakelijke transacties, het ontbreken van daadwerkelijke betalingen en de vooraf bedachte uitkomst, concludeerde de rechtbank dat de verliezen uit deze optiecontracten niet in aftrek konden worden gebracht. De aanslag en de verliesvaststelling werden daarom gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslag vennootschapsbelasting 2006 zonder aftrek van de verliezen uit de optiecontracten.