ECLI:NL:RBHAA:2012:BY2303
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter wijst schadevergoeding toe wegens kennelijk onredelijk ontslag van werknemer woonachtig in België
De werknemer [A.], woonachtig in België maar werkzaam in Nederland, was sinds 1990 in dienst bij werkgever [X.] als Hoofd Automatisering. De arbeidsovereenkomst werd opgezegd per 1 januari 2012, na toestemming van het UWV. De werknemer betwistte de ontvangstdatum van de opzeggingsbrief en stelde dat de opzegtermijn daardoor niet juist was nageleefd.
De kantonrechter oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands arbeidsrecht van toepassing is. De opzeggingsbrief bevatte een onjuiste naam van een vennootschap, maar dit was niet fataal. De werknemer vorderde een schadevergoeding van €173.347,40 bruto wegens kennelijk onredelijk ontslag, alsmede betaling van achterstallig salaris, vakantiegeld, gratificatie en incassokosten.
De werkgever betwistte de vordering en stelde onder meer dat de werknemer geen recht had op de gratificatie omdat deze afhankelijk was van het resultaat van de holding. Ook voerde zij aan dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was en dat de werknemer onvoldoende had gedaan om zijn schade te beperken.
De kantonrechter stelde vast dat de opzeggingsbrief mogelijk niet tijdig was ontvangen en dat de werkgever onvoldoende bewijs had geleverd. De omstandigheden van het ontslag, zoals het lange dienstverband, goede prestaties, gebrek aan herplaatsingspogingen en pensioenschade, maakten het ontslag kennelijk onredelijk. De kantonrechter wees een schadevergoeding toe van €75.000 bruto, aanzienlijk lager dan gevorderd, en wees de gratificatievordering af wegens onvoldoende onderbouwing. De zaak werd aangehouden voor bewijslevering over de ontvangst van de opzeggingsbrief.
Uitkomst: De kantonrechter kent een schadevergoeding toe van €75.000 bruto wegens kennelijk onredelijk ontslag.