ECLI:NL:RBHAA:2012:BY3224
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegging huurovereenkomst woonruimte en geldigheid verlengingsvoorstel
In deze zaak staat centraal of de verhuurder bevoegd was een voorstel te doen dat de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd zou omzetten in een overeenkomst voor bepaalde tijd. De huurder had de woning gehuurd vanaf april 2009 met een initiële bepaalde tijd tot 30 april 2010, waarna de overeenkomst stilzwijgend voor onbepaalde tijd voortduurde. De verhuurder stuurde in april 2011 een brief met een voorstel tot huurverlaging gekoppeld aan een verlenging van de huurovereenkomst voor minimaal één jaar, zonder tussentijdse opzegmogelijkheid.
De huurder tekende een strook waarin hij akkoord ging met verlenging en huurverlaging, maar betwistte de inhoud en ontvangst van de begeleidende brief. Vervolgens zegde hij de huur op per 30 november 2011. De verhuurder weigerde deze opzegging te accepteren en stelde dat de huurder contractbreuk pleegde, met terugvordering van huurkortingen en incassokosten.
De kantonrechter oordeelt dat de brief van april 2011 niet kan leiden tot een wijziging van de huurovereenkomst in een overeenkomst voor bepaalde tijd, omdat deze pas een jaar na afloop van de initiële periode dateert en de huurder daardoor benadeeld wordt. Op grond van artikel 7:230 en Pro 7:242 BW blijft de overeenkomst onbepaalde tijd. De huurder was bevoegd op te zeggen zoals hij deed. De vordering van de verhuurder wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de verhuurder wordt afgewezen; de huurder heeft de huurovereenkomst rechtsgeldig opgezegd per 30 november 2011.