ECLI:NL:RBHAA:2012:BY4574

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
31 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
196810
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:18 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens gebrek aan objectieve gronden

Verzoeker heeft bij de rechtbank Haarlem een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in twee bestuursrechtelijke zaken, stellende dat de rechter partijdig en onbetrouwbaar zou zijn. Hij baseerde dit op subjectieve oordelen en beschuldigingen van misbruik van het rechterlijk ambt.

De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde feiten en omstandigheden slechts het subjectieve oordeel van verzoeker weerspiegelen en geen objectieve aanwijzingen bevatten die de onpartijdigheid van de rechter in twijfel trekken. Er is geen sprake van een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.

De rechtbank concludeert dat het wrakingsverzoek ongegrond is en wijst het af. Tevens stelt zij vast dat sprake is van misbruik van het wrakingsmiddel en bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaken niet in behandeling wordt genomen. Het proces in de hoofdzaken wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens ontbreken van objectieve gronden en misbruik van het wrakingsmiddel.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK HAARLEM
Wrakingskamer
zaaknummer: 196810 / HA RK 12-122
Beslissing van 31 oktober 2012
Op verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker.
1. Procesverloop
1.1. Bij schriftelijk verzoek van 18 september 2012 heeft verzoeker de wraking verzocht van mr. G. Guinau, hierna te noemen: de rechter, in de bij deze rechtbank, sector bestuursrecht, aanhangige zaken met zaaknummer AWB 12-1669, respectievelijk AWB 12-2129, hierna te noemen: de hoofdzaken. Verzoeker heeft dit verzoek nadien nog schriftelijk toegelicht.
1.2. De rechter heeft laten weten niet te berusten in het wrakingsverzoek en ook geen commentaar te hebben op het wrakingsverzoek.
1.3. De wederpartijen in de hoofdzaken hebben niet schriftelijk gereageerd.
1.4. Verzoeker, de wederpartijen en de rechter zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 18 oktober 2012. Van die gelegenheid heeft namens de wederpartij in de zaak met zaaknummer AWB 12-1669, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad in de persoon van [A], gebruik gemaakt. Verzoeker, de rechter en de wederpartij in de zaak AWB 12- 2129, waren niet bij de behandeling aanwezig.
2. Het standpunt van verzoeker
Verzoeker heeft ter onderbouwing van het verzoek onder meer gesteld, kort en zakelijk weergegeven, dat de rechter (en zijn collega mr Miedema) zich in allerlei bochten wringt (wringen) om maar te voorkomen dat het recht zijn loop heeft. De beide wederpartijen van verzoeker zouden helemaal niet hebben deelgenomen aan de gerechtelijke procedure, zodat verzoeker feitelijk niet is weersproken. De rechter zou echter met allerlei non-argumenten en drogredenatie de boel hebben trachten te belazeren omdat verzoeker zijn gelijk niet kan worden gegund. De rechter zou de taak van verweerders hebben waargenomen en is daarmee partijdig, ongeloofwaardig en onbetrouwbaar en zou zelfs strafbaar zijn aan oplichting met misbruik van het rechterlijk ambt.
3. De beoordeling
3.1. Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. Het subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.
3.2. De feiten en omstandigheden die verzoeker ter onderbouwing van zijn verzoek naar voren heeft gebracht, geven naar het oordeel van de rechtbank, mede gelet op de bewoordingen die hij daarbij gebruikt, slechts zijn subjectieve oordeel weer. Dit is, gezien het hiervoor overwogene, niet doorslaggevend. Nu verzoeker verder geen – als objectief aan te merken - feiten en omstandigheden heeft genoemd die ook overigens voldoende onderbouwing zouden kunnen opleveren voor de hiervoor onder 3.1 vermelde criteria voor wraking, is er geen zwaarwegende aanwijzing voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker vooringenomen zou zijn en is er evenmin sprake van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Er is mitsdien geen grond voor het oordeel dat het fungeren van de rechter in de hoofdzaken tot schade aan de rechterlijke onpartijdigheid zou kunnen lijden.
3.3. De aangevoerde feiten en omstandigheden vormen derhalve geen grond voor wraking.
3.4. De rechtbank zal het verzoek afwijzen.
3.5. De rechtbank ziet voorts aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:18, vierde lid, Awb, omdat gebleken is van misbruik van het rechtsmiddel wraking.
4. De beslissing
De rechtbank:
4.1. wijst het verzoek om wraking af;
4.2. bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de hoofdzaken niet in behandeling wordt genomen;
4.3. beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de wederpartijen een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;
4.4. beveelt dat het proces in de hoofdzaken wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.E. Patijn, voorzitter, en mrs. A.C. Terwiel en A.J. Wolfs, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2012 in tegenwoordigheid van A.G.J. Deckers, als griffier.
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.