ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6590
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Udo de Haes
- Rechtspraak.nl
Verzoek grootouders tot vaststelling omgangsregeling met kleinkinderen
De grootouders hebben de rechtbank verzocht een omgangsregeling vast te stellen met hun kleinkinderen, geboren uit het ontbonden huwelijk van hun dochter en de vader. De kinderen verblijven hoofdzakelijk bij de dochter. De grootouders stelden dat zij vanaf de geboorte een grote rol in het leven van de kinderen hebben gespeeld, maar dat het contact sinds oktober 2011 verbroken is.
De dochter voerde verweer en stelde dat niet voldaan is aan het vereiste van een nauwe persoonlijke betrekking zoals bedoeld in artikel 1:377a BW. Zij wees op het incidentele contact in het verleden en haar zorgen over de omgang van haar ouders met haar partner en diens zoon. Tevens verzocht zij haar ouders te verbieden contact te zoeken bij de school van de kinderen.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een nauwe persoonlijke band die valt onder 'family life' in de zin van artikel 8 EVRM Pro, mede vanwege de biologische verwantschap en de eerdere omgang. De rechtbank verklaarde de grootouders ontvankelijk en besloot een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming te gelasten, gericht op het belang van de kinderen bij omgang en een aanvullend beschermingsonderzoek.
De beslissing over de omgangsregeling werd aangehouden tot 3 december 2012, met de verplichting voor de Raad om uiterlijk twee weken daarvoor te rapporteren en te adviseren.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de grootouders ontvankelijk en gelast een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, inclusief een beschermingsonderzoek, waarna de beslissing over de omgangsregeling wordt aangehouden.