ECLI:NL:RBHAA:2012:BY9826
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op volledige ouderschapsverlofkorting bij loonstijging
Eiser maakte bezwaar tegen de door de Belastingdienst toegekende ouderschapsverlofkorting over het jaar 2008. Hij had eind 2007 een beter betaalde functie gekregen, waardoor zijn loon in 2008 hoger was dan in 2007, maar hij nam onbetaald ouderschapsverlof op. De Belastingdienst verleende een korting gebaseerd op het verschil tussen het belastbare loon van 2007 en 2008, wat resulteerde in een lagere korting dan door eiser gewenst.
Eiser stelde dat de regeling onredelijk was en in strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat hij door de loonstijging ten onrechte minder korting kreeg dan een collega zonder functiewijziging. Hij verwees ook naar de hardheidsclausule, maar de rechtbank oordeelde dat deze clausule niet door de rechter kan worden toegepast.
De rechtbank overwoog dat de wettelijke regeling de ouderschapsverlofkorting beperkt tot het verschil tussen het belastbare loon van het voorgaande en het huidige jaar, en dat dit een bewuste beleidskeuze is met het doel arbeidsparticipatie te stimuleren. De regeling is niet in strijd met het verbod op discriminatie volgens het EVRM en IVBPR, omdat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft.
De rechtbank wees erop dat zij niet kan oordelen over de billijkheid van de wet zelf, maar slechts over de toepassing ervan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, evenals het beroep tegen de beschikking heffingsrente. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser op een hogere ouderschapsverlofkorting wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.