ECLI:NL:RBHAA:2012:BY9891
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting wegens verkapte uitdeling door onzakelijke leningen aan dochter
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van een BV, verstrekte meerdere leningen aan zijn dochter ter financiering van haar horecazaak in het buitenland. Hoewel de leningen civielrechtelijk nog bestonden, was er feitelijk sprake van kwijtschelding, mede door volledige afwaardering en schuldbekentenis van de dochter.
De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag op wegens een vermeende verkapte uitdeling uit aanmerkelijk belang, waarbij het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang aanzienlijk werd verhoogd. Eiser betwistte dit en voerde onder meer aan dat er geen nieuw feit was voor navordering.
De rechtbank oordeelde dat de leningen onzakelijk waren en dat zowel eiser als de BV zich bewust waren van de bevoordeling, waardoor sprake was van een uitdeling. Het verweer omtrent het ontbreken van een nieuw feit werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en te late indiening.
De heffingsrente werd in het lot van de navorderingsaanslag betrokken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak werd gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, voorzitter, mr. A.A. Fase en mr. M.C. van As op 20 december 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag wordt ongegrond verklaard wegens verkapte uitdeling door onzakelijke leningen.