ECLI:NL:RBHAA:2012:BZ5228
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige voor poging tot woninginbraak met DNA-bewijs
Op 14 juni 2010 werd verdachte betrapt op poging tot woninginbraak in een woning aan de [a-straat] te Haarlem. Het slachtoffer hoorde glasgerinkel en zag iemand via het raam vertrekken. De ruit van het draairaam was ingeslagen en er werden bloedspetters op het gordijn en de vloer aangetroffen.
Forensisch onderzoek door het NFI toonde aan dat het DNA op de vloer overeenkwam met dat van verdachte, met een kans kleiner dan één op één miljard. Verdachte gaf geen redelijke verklaring voor de aanwezigheid van zijn bloed in de woning, hetgeen volgens vaste jurisprudentie meeweegt in de bewijsvoering.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte het raam had ingeslagen, de woning was binnengedrongen en een kast had doorzocht, hoewel er niets werd weggenomen. De poging tot diefstal werd als bewezen beschouwd, maar het medeplegen werd niet bewezen verklaard.
De rechtbank veroordeelde verdachte, een minderjarige zonder eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten, tot zes weken jeugddetentie met uitstel en een proeftijd van twee jaar. De straf werd gematigd vanwege de poging en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De uitspraak benadrukt de ernst van woninginbraken en het effect daarvan op slachtoffers en de samenleving, en houdt rekening met de richtlijnen voor strafvordering jeugd.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot zes weken jeugddetentie met uitstel en een proeftijd van twee jaar wegens poging tot woninginbraak.