ECLI:NL:RBHAA:2012:CA3431

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
19 december 2012
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
195283 / HA ZA 12-388
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 Ow
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervroegde onteigening en schadeloosstelling grond Haarlemmermeer

De rechtbank Haarlem behandelde een zaak tussen Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) en een particuliere partij over de vervroegde onteigening van een perceel grond in de gemeente Haarlemmermeer. Na een tussenvonnis van 7 november 2012 waarin nadere informatie werd gevraagd, besloot de rechtbank op 19 december 2012 tot toewijzing van de vervroegde onteigening.

De rechtbank bepaalde dat BBL het voorschot op de schadeloosstelling moest betalen van €167.625,-. Partijen hadden geen bezwaar tegen de benoeming van drie deskundigen die het schadeloosstellingonderzoek zouden uitvoeren. Tevens werd een rechter-commissaris aangewezen om samen met de griffier bij de opneming aanwezig te zijn.

Met betrekking tot de oogst van het huidige gewas, suikerbieten, werd door BBL bevestigd dat de oogst zonder bezwaar kon plaatsvinden en dat de eigendomsoverdracht niet eerder dan begin 2013 zou plaatsvinden. De werkzaamheden op de onteigende grond zouden naar verwachting vanaf 1 april 2013 aanvangen.

De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wees de Hoofddorpse Courant aan als nieuwsblad voor publicatie van het vonnis en aankondiging van de deskundigenopname. Verdere beslissingen, waaronder over de kosten, werden aangehouden.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vervroegde onteigening toe en stelt het voorschot op schadeloosstelling vast op €167.625,-.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 195283 / HA ZA 12-388
Vonnis van 19 december 2012
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
BUREAU BEHEER LANDBOUWGRONDEN,
zetelend te 's-Gravenhage,
eiseres,
advocaat mr. J.C. Binnerts te Haarlem,
tegen
[A],
wonende te [woonplaats],
advocaat mr. drs. H.J.M. van Schie te Schiphol-Rijk.
Partijen zullen hierna BBL en [A] genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 7 november 2012
- de akte van BBL
- de antwoordakte uitlating benoeming deskundigen van [A].
1.2. Bij faxbericht van 11 december 2012 heeft de rechtbank de advocaten van partijen meegedeeld welke deskundigen zij voornemens is te benoemen en verzocht bezwaar daartegen, indien dat mocht bestaan, gemotiveerd kenbaar te maken. Bij brieven van 13 december 2012 van mr. Binnerts respectievelijk 17 december 2012 van mr. van Schie is de rechtbank meegedeeld dat BBL respectievelijk [A] geen bezwaar hebben tegen de voorgenomen benoemingen.
1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
2.1. Desgevraagd hebben partijen zich bij voornoemd tussenvonnis uitgelaten over de onder rechtsoverweging 3.1. en 3.4. van dat vonnis vermelde punten.
2.2. Met betrekking tot de door [A] gestelde voorwaarde het huidige gewas, de bieten, te oogsten heeft BBL meegedeeld dat de bietenoogst van 2012 zonder enig bezwaar kan plaatsvinden. BBL spreekt de verwachting uit dat de eigendom van de grond niet eerder dan in de eerste maand van 2013 zal overgaan, op welk moment de bietenoogst achter de rug zal zijn. Tevens laat BBL weten dat de werkzaamheden op het alsdan onteigende omstreeks 1 april 2013 zullen aanvangen. [A] heeft in zijn antwoordakte laten weten dat de mededelingen van BBL hem voldoende zekerheid bieden dat de huidige bietenaanplant kan worden geoogst aangezien hij de suikerbieten voor het einde van de maand november wil oogsten. Gelet op de mededelingen van partijen gaat de rechtbank er vanuit dat dit punt geen verdere bespreking behoeft.
2.3. Mede naar aanleiding van hetgeen partijen in hun reactie hebben vermeld ziet de rechtbank aanleiding zich door drie deskundigen te laten voorlichten voor begroting van de schadeloosstelling. Beide partijen hebben voorts geen bezwaar tegen de voorgenomen benoeming van de hierna genoemde deskundigen, zodat de rechtbank daartoe als hierna vermeld zal overgaan.
2.4. Met inachtneming van het voorgaande alsmede al het overwogene in het tussenvonnis van 7 november 2012 zal de rechtbank de vordering van BBL als hierna vermeld toewijzen.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1. spreekt uit de vervroegde onteigening ten name van BBL van de onroerende zaken, kadastraal bekend gemeente Haarlemmermeer sectie AB nummer 1880, groot 1ha, 28a en 30 ca, grondplannummer 4, aangeduid als terrein (grasland),
3.2. bepaalt het door BBL als onteigenende partij te betalen voorschot op de schadeloosstelling op € 167.625,- (honderdzevenenzestigduizend zeshonderdvijfentwintig euro),
3.3. bepaalt dat BBL geen zekerheid hoeft te stellen voor voldoening van de schadeloosstelling,
3.4. beveelt dat een deskundigenonderzoek zal plaats hebben ter begroting van de schadeloosstelling,
3.5. benoemt tot deskundigen aan wie dit onderzoek wordt opgedragen:
mr. H.J.M. van Mierlo
AKD Advocaten
Postbus 4714
4803 ES Breda
dhr. C.G. Plomp
Plomp Makelaars & Taxateurs o.g.
Remiseweg 2
3438 LB Nieuwegein
dhr. A.R.G.Chr. Geene
’t Schoutenhuis B.V.
Voorstraat 12
3931 HD Woudenberg
3.6. benoemt tot rechter-commissaris die vergezeld van de griffier bij de opneming door de deskundigen tegenwoordig zal zijn, het lid van deze rechtbank mr. E. Jochem,
3.7. bepaalt dat het deskundigenonderzoek zal worden gehouden op een nader te bepalen plaats en tijdstip,
3.8. bepaalt dat de griffier aan degenen, die in de dagvaarding zijn vermeld en aan de deskundigen onverwijld een afschrift van dit vonnis zal toezenden,
3.9. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.10. wijst de in de gemeente Haarlemmermeer verschijnende editie van de Hoofddorpse Courant aan als nieuwsblad waarin overeenkomstig artikel 54 Ow Pro dit vonnis binnen acht dagen nadat het kracht van gewijsde heeft verkregen door de griffier bij uittreksel zal worden geplaatst, alsmede waarin de aankondiging door de griffier zal moeten geschieden van de plaats en tijd van de door de rechter-commissaris te bepalen plaats en tijd van de opneming door deskundigen van de ligging en gesteldheid van het te onteigenen perceel,
3.11. houdt iedere verdere beslissing, waaronder die omtrent de kosten, aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2012.?