ECLI:NL:RBLEE:1999:AA5747
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.D.S.L. Bosch
- E.N. Brons
- J.G.W. Lootsma
- A.H.M. Dölle
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek exequatur levensonderhoudsvonnis Polen wegens taalgebrek en openbare orde
Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) verzocht exequatur te verlenen aan een Pools vonnis van 19 maart 1998, waarin [verweerder] werd veroordeeld tot betaling van levensonderhoud voor een minderjarige in Polen. De rechtbank Leeuwarden behandelde de zaak en stelde vast dat de betekening van de dagvaarding niet in een voor [verweerder] begrijpelijke taal was gesteld, noch was er een vertaling meegezonden.
De rechtbank oordeelde dat dit tekortschietende taalgebruik in strijd is met het recht van de betrokkene om tijdig en begrijpelijk op de hoogte te worden gesteld van de procedure, een fundamenteel recht in de Nederlandse rechtsorde. Hierdoor zou de tenuitvoerlegging van het buitenlandse vonnis onverenigbaar zijn met de Nederlandse openbare orde, hetgeen leidt tot weigering van het exequatur op grond van artikel 5 lid 1 van Pro het Haags exequaturverdrag 1973.
Daarnaast werden andere verweren van [verweerder], zoals het ontbreken van gemeenschap met de moeder van het kind en vermeend bedrog in de Poolse procedure, niet verder behandeld omdat het taalverweer doorslaggevend was. Het LBIO werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank gaf tevens gelegenheid tot het aanleveren van aanvullende stukken en stelde een pro forma zitting in voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het verzoek tot exequatur van het Poolse vonnis inzake levensonderhoud wordt afgewezen wegens onvoldoende betekening in een voor de verweerder begrijpelijke taal.