ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5099
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens het opzettelijk in bezit hebben van beschermde vogels zonder geldige pootring
De economische politierechter te Leeuwarden heeft op 23 februari 2000 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte wegens overtreding van artikel 7 van Pro de Vogelwet 1936. Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk in bezit hebben van twee bergeenden en een roodhalsgans zonder geldige pootring, wat strafbaar is volgens de Vogelwet.
Tijdens de zittingen op 14 oktober 1999 en 27 januari 2000 voerde verdachte verweren aan, waaronder dat de dagvaarding nietig zou zijn vanwege onvoldoende specificatie van de vogelsoorten en dat de controle onrechtmatig was omdat er geen redelijke verdenking bestond. De rechter verwierp deze verweren, stellende dat de omschrijving voldoende duidelijk was en dat de opsporingsbevoegdheden correct waren toegepast.
Verdachte stelde ook dat de roodhalsgans buiten toepassing van artikel 7 van Pro de Vogelwet viel omdat deze vóór 1 juni 1997 in een andere EU-lidstaat was geboren, maar dit verweer werd eveneens verworpen. De rechter oordeelde dat de vogels onder de definitie van beschermde vogels vielen en dat verdachte deze onder zich had gehouden.
De rechter verklaarde het bewezen dat verdachte opzettelijk de beschermde vogels zonder geldige pootring in bezit had en veroordeelde hem tot een geldboete van 450 gulden, subsidiair 9 dagen hechtenis bij niet-betaling. Verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 450 gulden, subsidiair 9 dagen hechtenis wegens het opzettelijk in bezit hebben van beschermde vogels zonder geldige pootring.