ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5748

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
10 mei 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
39518
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Wet Verevening Pensioenrechten bij scheiding
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met verdeling huwelijksgemeenschap en omgangsregeling minderjarigen

De rechtbank Leeuwarden heeft op 10 mei 2000 de echtscheiding uitgesproken tussen de man en vrouw die sinds 10 januari 1990 gehuwd waren. De rechtbank heeft geoordeeld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en heeft de echtscheiding als op de wet gegrond toewijsbaar verklaard.

Daarnaast is de verdeling van de huwelijksgemeenschap gelast, waarbij een notaris is benoemd om deze verdeling te effectueren. De rechtbank heeft tevens bepaald dat het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen zal worden verevend volgens de standaardregeling van de Wet Verevening Pensioenrechten bij scheiding. Partijen zijn verplicht uitvoering te geven aan het overeengekomen verrekenbeding.

De vrouw is gerechtigd de echtelijke woning en de bijbehorende inboedel gedurende zes maanden na inschrijving van de beschikking tegen een redelijke vergoeding te blijven bewonen, terwijl de man de woning moet verlaten en niet zonder toestemming mag betreden. De man is verplicht aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen te betalen van 400 gulden per kind per maand, vermeerderd met eventuele wettelijke uitkeringen.

Tot slot is een omgangsregeling vastgesteld waarbij de man de kinderen één weekend per veertien dagen en de helft van de schoolvakanties mag ontvangen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, behoudens ten aanzien van de echtscheiding zelf.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken met verdeling huwelijksgemeenschap, pensioenverevening, bewoning woning, kinderalimentatie en omgangsregeling vastgesteld.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE LEEUWARDEN
Uitspraak: 10 mei 2000
Rekestnummer: 536/00
Zaaknummer: 39518
ECHTSCHEIDING C.A.
BESCHIKKING
van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden, enkelvoudige familiekamer, in de zaak van:
[de man],
wonende te Grou,
hierna ook te noemen de man,
en
[de vrouw],
wonende te De Wilgen,
hierna ook te noemen de vrouw,
procureur mr. F.P. van Dalen
PROCESGANG
De man en de vrouw hebben de rechtbank gemeenschappelijk verzocht tussen hen de echtscheiding uit te spreken, en zij hebben daarbij nevenvoorzieningen verzocht.
Van de minderjarige [het kind], is bij de rechtbank een brief ingekomen.
RECHTSOVERWEGINGEN
Gelet op de aanwezige bescheiden overweegt de rechtbank als volgt.
Vast staat:
verzoekers zijn met elkaar gehuwd;
zij oefenen het ouderlijk gezag uit over de in het verzoekschrift genoemde minderjarigen;
zij zijn Nederlanders;
hun huwelijk is duurzaam ontwricht.
Het verzoek tot echtscheiding is als op de wet gegrond toewijsbaar.
De verzoeken:
te gelasten dat verzoekers met elkaar overgaan tot verdeling van hun huwelijksgemeenschap voor zover deze tussen hen bestaat;
te bepalen dat het door de man en de vrouw tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen zal worden verevend conform de standaardregeling van artikel 3 lid 1 van Pro de Wet van Verevening Pensioenrechten bij scheiding;
partijen te gelasten uitvoering te geven aan het verrekenbeding conform hetgeen onder artikel 3 van Pro het door partijen ondertekende convenant is overeengekomen;
te bepalen dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot voortzetting van de bewoning van de echtelijke woning c.a.;
te bepalen dat een omgangsregeling zal worden vastgesteld tussen de minderjarigen en de man;
het door de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen te betalen bedrag vast te stellen op ƒ 400,-- per kind per maand;
zijn eveneens als op de wet gegrond toewijsbaar.
BESLISSING
De rechtbank :
spreekt tussen de echtgenoten, die op 10 januari 1990 in de gemeente Sneek met elkaar huwden, de echtscheiding uit;
gelast verzoekers de huwelijksgemeenschap te verdelen voor zover deze tussen hen bestaat;
benoemt, tenzij verzoekers binnen tien dagen na inschrijving van deze beschikking anders overeenkomen, notaris mr.N. de Wolf, ter standplaats Drachten, dan wel de ambtelijke bewaarder van het protocol van deze notaris, om de verdeling van de huwelijksge-meenschap te bewerkstelligen op de door die notaris te bepalen tijd en plaats;
benoemt mr. R. Smit, advocaat en procureur te Drachten, tot onzijdig persoon om die partij, die niet mocht meewerken aan deze verdeling, daarbij te vertegenwoordigen en naar eigen beste inzicht daarbij de belangen van die partij te behartigen;
bepaalt dat het door de man en de vrouw tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen zal worden verevend conform de standaardregeling van artikel 3 lid 1 van Pro de Wet van Verevening Pensioenrechten bij scheiding;
gelast partijen uitvoering te geven aan het verrekenbeding conform hetgeen onder artikel 3 van Pro het door partijen ondertekende convenant is overeengekomen;
bepaalt dat de vrouw jegens de man bevoegd is de bewoning van de echtelijke woning en het gebruik van de bij die woning en tot de inboedel daarvan behorende zaken gedurende zes maanden na inschrijving van deze beschikking tegen een redelijke vergoeding voort te zetten;
beveelt de man de echtelijke woning na inschrijving van deze beschikking te verlaten en deze gedurende voormelde periode niet zonder toestemming van de vrouw te betreden;
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [namen kinderen], telkens bij vooruitbetaling moet uitkeren ƒ 400,-- (vierhonderd gulden) per kind per maand, vermeerderd met het bedrag van iedere uitkering die hem op grond van geldende wetten en/of regelingen ten behoeve van deze minderjarigen kan of zal worden verleend;
veroordeelt de vrouw in de kosten op de tenuitvoerlegging gevallen, voor zover deze althans door hem zijn veroorzaakt;
bepaalt de omgang tussen de man en voornoemde minderjarigen als volgt:
de man kan de minderjarigen bij zich ontvangen één weekend per veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur, alsmede de helft van de schoolvakanties.;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad, behoudens ten aanzien van de echtscheiding.
Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. J.D.S.L. Bosch, lid van voormelde kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 mei 2000, in tegenwoordigheid van de griffier.
c:19