ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5837
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid ontnemingsvordering bij overtreding Meststoffenwet
De rechtbank Leeuwarden behandelde op 11 mei 2000 een ontnemingsvordering van de officier van justitie tegen verweerder, die was veroordeeld voor een overtreding van artikel 14 juncto Pro artikel 14a van de Meststoffenwet. De officier van justitie vorderde aanvankelijk ƒ26.040,00, later verlaagd tot ƒ7.300,00, als bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk was in deze vordering. Dit omdat het openbaar ministerie voor dit delict een interne tarieflijst hanteert, waarin een richtbedrag per kilogram fosfaat is vastgesteld. Volgens deze richtlijnen kunnen ontnemingsvorderingen voor delicten waarop transactierichtlijnen of tarieflijsten van toepassing zijn, achterwege blijven.
De rechtbank benadrukte dat verweerder erop mocht vertrouwen dat een ontnemingsvordering in dit kader niet zou worden ingesteld. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor economische strafzaken, waarbij mr. J.D.S.L. Bosch voorzitter was, en mrs. I.M. Dölle en T.M.L. Veen rechters. Mr. Veen was echter buiten staat de beslissing mede te ondertekenen.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in zijn ontnemingsvordering wegens toepassing van interne richtlijnen.