ECLI:NL:RBLEE:2000:AA6274
Rechtbank Leeuwarden
- Raadkamer
- H.G. Aaldriks
- R.S. Wegener Sleeswijk
- G.M. Meijer-Campfens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige maatregel wegens overschrijding bevoegdheid officier van justitie
Verzoekster heeft bij de rechtbank Leeuwarden een verzoek ingediend tot opheffing van een voorlopige maatregel opgelegd door de officier van justitie op grond van artikel 28 van Pro de Wet op de economische delicten. De maatregel betreft een gedeeltelijke stillegging van de bedrijfsactiviteiten, specifiek gericht op het aanvoeren en opslaan van bepaalde afvalstoffen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de voorlopige maatregel op 14 juni 2000 aan verzoekster is betekend en dat de overschrijding van de in de milieuvergunning toegestane hoeveelheden A-hout, B-hout, spaanplaatafval en BSA residu op het terrein van verzoekster aanzienlijk is. Diverse rapporten en controles bevestigen de veiligheidsrisico's en het ontbreken van terugloop in de overschrijding.
Verzoekster betoogt dat de officier van justitie niet bevoegd is tot het opleggen van een dergelijke maatregel, omdat dit een bevoegdheid van de rechtbank zou zijn, en voert daarnaast aan dat de maatregel disproportioneel en onnodig is. De rechtbank oordeelt echter dat de maatregel niet neerkomt op een gedeeltelijke stillegging zoals bedoeld in artikel 29 WED Pro, omdat aan- en afvoer van afvalstoffen onder voorwaarden mogelijk blijft.
De rechtbank concludeert dat de officier van justitie wel degelijk bevoegd is de voorlopige maatregel op te leggen en dat de omstandigheden een onmiddellijk ingrijpen rechtvaardigen. Het verzoek tot opheffing wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de voorlopige maatregel wordt afgewezen en de officier van justitie is bevoegd deze maatregel op te leggen.