ECLI:NL:RBLEE:2000:AA6708
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing sluitingsbesluit woning wegens onvoldoende motivering overlast
Verzoeker, woonachtig in Leeuwarden, kreeg op 7 januari 2000 een besluit van de burgemeester dat zijn woning gesloten zou worden wegens verstoring van de openbare orde op grond van artikel 174a Gemeentewet. Na een opschorting van de sluiting tot 1 augustus 2000 besloot de burgemeester op 28 juni 2000 alsnog de woning te sluiten van 15 juli 2000 tot 15 juli 2001. Verzoeker diende bezwaar in en verzocht om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen.
De rechtbank overwoog dat het oorspronkelijke besluit van 7 januari 2000 een bestuursbesluit is, evenals het deel van de brief van 28 juni 2000 waarin de sluitingsperiode werd vastgesteld. De opschortende brief van 1 februari 2000 en de opheffing daarvan waren feitelijke handelingen zonder rechtsgevolgen. De burgemeester moest zwaar motiveren waarom na opschorting alsnog tot sluiting werd besloten, vooral omdat sluiting een ultimum remedium is.
De rechtbank vond dat de burgemeester onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de na 7 februari 2000 gemelde incidenten en meldingen voldoende waren voor een sluiting. Er was geen bewijs dat de overlast ernstig genoeg was of dat minder ingrijpende maatregelen waren geprobeerd. Daarom werd de sluiting geschorst tot twee weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank schorst de besluiten tot sluiting van de woning wegens onvoldoende motivering van de overlast en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.