ECLI:NL:RBLEE:2000:AA8435
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- G. Vrieze
- Rechtspraak.nl
Verbod op schadelijke uitlatingen en verspreiding van stickers door actiecomité tegen Bayer wegens IBR-vaccin
Bayer AG en haar dochterondernemingen brachten een IBR-Marker vaccin op de markt dat besmet bleek met het BVD-virus, wat leidde tot ziekteverschijnselen bij runderen. Het actiecomité 'Ziek van Bayer', bestaande uit veehouders, voerde acties en verspreidde stickers met beschuldigingen tegen Bayer, waaronder het gebruik van een doodshoofd in het logo. Bayer vorderde in kort geding een verbod op deze uitingen en het terughalen van de stickers.
De rechtbank stelde vast dat Bayer de aansprakelijkheid voor ernstige besmetting met BVD-virus type 2 erkende en schade aan twaalf bedrijven had vergoed, maar dat het oorzakelijk verband met het mildere BVD-virus type 1 niet was aangetoond. Het actiecomité erkende dat het in strijd met een eerder vonnis had gehandeld door het bestaan van een causaal verband als vaststaand feit te presenteren en de tekst op de stickers te verspreiden.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van het doodshoofd in de naam Bayer de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschreed en verbood de gedaagden schadelijke uitingen zonder feitelijk juiste en objectieve onderbouwing. Tevens werd bevolen de stickers terug te halen en te vernietigen. De dwangsommen werden vastgesteld, met een maximum van vijftigduizend gulden. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagden worden verboden schadelijke uitingen te doen en stickers te verspreiden en moeten deze terughalen en vernietigen onder dwangsom.