ECLI:NL:RBLEE:2000:AA8813
Rechtbank Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.G. Dijkstra-De Vries
- A.T. Vos
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Betalingsregeling en finale kwijting bij ontbinding overeenkomst
In deze civiele zaak vordert geïntimeerde betaling van een openstaand bedrag van appellant, voortvloeiend uit een betalingsregeling waarbij finale kwijting zou worden verleend na twaalf maandelijkse termijnen van ƒ 1500,=. Appellant betwist dit en voert aan dat de uitdrukkelijke voorwaarde van stipte betaling niet is overeengekomen.
De kantonrechter veroordeelde appellant tot betaling, waarbij appellant in hoger beroep drie grieven aanvoert, met name over de uitleg van de betalingsregeling, de bewijslast rond finale kwijting en de hoogte van het te betalen bedrag. De rechtbank oordeelt dat de bewijslast voor de uitdrukkelijke voorwaarde bij geïntimeerde ligt, waardoor de kantonrechter ten onrechte op appellant de bewijslast legde.
Desondanks wijst de rechtbank de derde grief af omdat geïntimeerde tijdig een ingebrekestelling stuurde en de overeenkomst ontbonden werd wegens niet-naleving van de betalingsregeling. Hierdoor herleeft de oorspronkelijke vordering en is appellant gehouden tot betaling.
De rechtbank bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep. De uitspraak benadrukt het belang van stipte nakoming van betalingsafspraken en de gevolgen van ontbinding bij wanprestatie.
Uitkomst: De rechtbank bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van het gevorderde bedrag wegens ontbinding van de betalingsregeling.