ECLI:NL:RBLEE:2000:AA8874
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.N. Brons
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot uitsluitend gezag en wijziging hoofdverblijfplaats minderjarigen na echtscheiding
De man verzocht de rechtbank om hem voortaan alleen met het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen te belasten en subsidiair om de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij hem vast te stellen, eventueel met een omgangsregeling voor de vrouw. De vrouw verzette zich schriftelijk tegen dit verzoek. De rechtbank hield een zitting en nam brieven van de minderjarigen in overweging.
De rechtbank overwoog dat het gezamenlijk ouderlijk gezag na echtscheiding in principe gehandhaafd blijft en dat een eenzijdige toewijzing van gezag slechts bij bijzondere omstandigheden mogelijk is, zoals een ernstig verstoorde onderlinge verhouding of gebrek aan vertrouwen dat het belang van de kinderen schaadt. De door de man aangevoerde redenen waren onvoldoende om het gezag aan hem alleen toe te wijzen. De rechtbank stelde dat partijen kennelijk in staat zijn afspraken te maken en dat het in het belang van de kinderen is dat de ouders gezamenlijk verantwoordelijk blijven.
Ten aanzien van de hoofdverblijfplaats constateerde de rechtbank dat de drie oudste kinderen met instemming van de vrouw bij de man verblijven en dat de jongste bij de vrouw woont, waarbij geen aanwijzingen waren dat de verzorging en opvoeding door de vrouw tekortschiet. De rechtbank zag geen aanleiding om de raad voor de kinderbescherming met een onderzoek te belasten en wees ook het subsidiaire verzoek af.
De rechtbank wees de verzoeken van de man af en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen twee maanden bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Uitkomst: Verzoek van de man tot uitsluitend gezag en wijziging hoofdverblijfplaats minderjarigen wordt afgewezen.