ECLI:NL:RBLEE:2001:AB0215
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen mondeling verzoek tot kappen gemeentelijke eik wegens ontbreken schriftelijke aanvraag
Eiser deed een mondeling verzoek aan de gemeente om een gemeentelijke eik te kappen, gebaseerd op een beweerde eerdere toezegging. Verweerder weigerde dit verzoek en zag het als een aanvraag voor een kapvergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Eiser maakte bezwaar tegen deze weigering. De rechtbank oordeelt dat het verzoek van eiser geen schriftelijke aanvraag was zoals vereist volgens art. 4:1 Awb Pro en dat het besluit van 2 december 1998 daarom geen besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 Awb Pro is.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie waarin wordt benadrukt dat een aanvraag schriftelijk moet worden ingediend, en ziet geen reden om in dit geval hiervan af te wijken. De brief van eiser van 14 december 1998, hoewel door eiser niet als bezwaarschrift bedoeld, wordt door de wettelijke systematiek als zodanig aangemerkt. Omdat het bezwaarschrift niet gericht was tegen een besluit in de zin van de Awb, verklaart de rechtbank het bezwaarschrift niet-ontvankelijk.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de gemeente het door eiser betaalde griffierecht moet terugbetalen. Er worden geen proceskosten aan verweerder opgelegd omdat hiervoor geen aanleiding bestaat.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke aanvraag en het bestreden besluit wordt vernietigd.