ECLI:NL:RBLEE:2001:AB0475
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen herziening WAO-uitkering
Verzoekster, werkzaam als docente lichamelijke opvoeding, kreeg haar WAO-uitkering herzien van 80-100% naar 55-65% arbeidsongeschiktheid per 14 februari 2001. Zij verzocht om een voorlopige voorziening om deze herziening te schorsen, omdat zij vreest dat dit leidt tot ontslag door haar werkgever.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit geen onomkeerbare gevolgen heeft voor een eventuele ontslagprocedure, omdat het uitsluitend gaat om de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid en niet over herstel of terugkeer in dienst. Bovendien is het besluit niet bindend voor de ontslagprocedure die een eigen toetsingskader kent.
Daarom ontbreekt het aan een spoedeisend belang bij het verzoek om schorsing. Het verzoek wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen herziening WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.